‘Tour de Jamaica’ – Blue Mounatains

Door eindeloos groen met prachtige vergezichten hobbelde ik op mijn mountainbike de smalle bergweg af. Slingerend langs watervallen en koffieplantages, soms een klimmetje, werd ik toegezwaaid door de bergbewoners die riepen: ‘Whity, What a gwaan?’ Ik voelde euforie.

Op een bepaald punt was de weg weggeslagen en moest ik een stukje met de fiets, over een 40 cm breed paadje, langs een griezelige afgrond. Later die dag zou ik zien dat er ook ‘n veilige omweg was.

Aan het kiezelstrand hield ik pauze; ik wilde voor het donker terug zijn en rekende op 5 uur klimmen. Maar de zon stond op z’n hoogst en het was zwaar. Een local restaurantje langs de rivier gaf me reden voor een tweede lunch, tot het iets afkoelde en ik verder kon.

Tijdens de rit stapte ik af en toe even af. Soms kwam een vrachtwagen voorbij gescheurd, maar verder was ik alleen. Wat me werkelijk opbeurde waren diezelfde mensen die me opnieuw toeriepen: ‘Whity, you go up again? You brave!’
Na uren gefietst te hebben probeerde ik plekken te herinneren om te weten waar ik ongeveer was. Dat bleek lastig: na elke bocht kwam er weer een nieuwe berg, waterval of huis.Het werd donker en Rasta Oxx belde: ‘Where are you now, are you all right?’ Dat had ik even nodig en werkte bemoedigend. Eindelijk bij de Cap aangekomen, kon ik afdalen, langs de militairen basis en dan nog een paar bochten.
Gebroken maar waanzinnig voldaan stapte ik van m’n fiets en werd ik als een held onthaald. Spagetthi en bier smaakten me niet eerder zo goed!

Ontdekkingstocht langs slaven- en visserspaden – zuidkust

Ons avontuur begon in de vroege ochtend toen we vertrokken over een oud slavenpad richting de kust. Vier ruige Rasta-mannen en ik daalden in 3 uur af door struikgewas. We liepen langs grotten en over scherpe kalksteen-rotsen. Met grote kapmessen baande we ons een weg door historisch Jamaica. Er werden verhalen en grappen verteld, joints gerookt en rum gedronken.

We passeerden een mystieke krater waar in de diepte van het water een meermin wonen zou. De Rasta’s werden er nerveus van.

Onze pauze-plek was waar de rivier de oceaan ontmoet en vanuit de hangmat had ik een prachtig uitzicht. Mijn Rasta vrienden maakten thee, vingen krab en bakte ‘dumplins’. Eerst nog afkoelen in de rivier en dan in hoog tempo terug: bergop. Even was het spannend toen we de weg kwijtraakten, want niemand voelde zich echt comfortabel in het donker.
Maar uitgelaten zaten we een uur later onder de sterren op een veldje, waar de mannen ‘bush tea’ maakten en elkaar plaagden. Er was een band gesmeed voor het leven!


Minerale rivier – Roaring River

Mijn eerste ervaring met Roaring River was niet uitnodigend door de ‘hustlers’ en toch ben ik er sindsdien vaak terug geweest. Telkens kennismakend met een nieuw gebied rondom deze minerale rivier die deels ondergronds stroomt. Ieder plekje in Jamaica is vol geschiedenis: Roaring River was in de 18e eeuw een suikerrietplantage.


De rivier volgend, het dorpje uit, geeft prachtige vergezichten over de bergen of biedt intieme beschutting. Jamaicanen houden over het algemeen erg van muziek, rum en roken. In mijn ogen een ware verstoring van mijn opgaan-in-de-natuur-beleving. Daarom hoop ik altijd nog dat ik ooit terugkeer om een week in stilte te blijven.
Tot die tijd schik ik me in de combinatie van de levendigheid van de lokale bevolking en de serene ‘stilte’. Terwijl ik in de groen-blauwe river afkoeling vind, verbind ik me met het kabbelende water, de vogels en het ruisen van de bomen. Het jolige geklets even verderop en de reggae uit de boxen vervagen naar de achtergrond.

Het ware dorpsleven – Manchioneal

Omdat ik geen slaapplek kon vinden in de buurt van het Roots Festival, Portland – Jamaica, volgde ik mijn intuïtie en nam de uitnodiging aan mee te rijden met een Rastaman naar het oosten van het eiland. In het midden van de nacht stopten we bij een groot, geel huis waarin ik een kamer kreeg zonder slot, maar met mosquito net.

De dagen daarop waren als een warm, exotisch bad waar ik de verborgen pareltjes van het dorp kon verkennen. Ik werd meegenomen naar kristal heldere riviertjes, blauwe, verlaten baaien en kreeg een rondtoer door de enorme tuin vol kruiden en fruit.

Vanaf het balkon zag ik ‘s ochtend de lokale bevolking met jerrycans water van de pomp komen. De Rastaman fungeerde als raadslid voor mensen uit de community. En in de avond werd er heerlijk voor me gekookt. Manchioneal, een ‘laid back’ vissersdorp, omarmde me en was even mijn thuis.